
Het feest begint pas
Hij
zit gevangen in iets dat hij niet begrijpt. Hij schaterlacht en soms is hij
lastig. Hij is op een andere manier zichzelf. Ik was bang om hem te ontmoeten,
maar toen we in zijn kamer kwamen was hij er niet. Het was half vier en volgens de verpleegster zou hij na de therapie, die tot vijftien uur duurde, nu op zijn kamer moeten zijn.
"Ga eerst eens kijken in het cafetaria, misschien zit hij op cafe."
Hij herkende mij niet meteen toen Marcos met hem uit de lift kwam.
"Kunt ge opstaan en u voort bewegen?"
We luisteren naar de onzin die hij vertelt en drinken met hem champagne.
"Eet u geen indigestie met die pralines... we trekken streepjes op de muur."
Hij schaterlacht... Wij schaterlachen.
"Kom, we gaan op café."
Als ik even zijn jas aantrek is hij dicht bij mij en tiert hij:’ Ge stinkt naar den toebak’
Eens buiten
met hem kwam een jonge verpleegster toegelopen die zei dat het verboden was om
zonder toelating van de balie het pand te verlaten. Gelukkig bemiddelde Volle Maan en stoven we verder.
"Ge ziet er goed uit," zegt Kristjan.
Hij glundert. "Ik heb veel lieven gehad..." Hij lacht.
Warket.
* Volle Maan is de bijnaam van een vriendin van de schrijver.