Schilderij: Anna Appels




Geld lenen voor Tutti

‘Wat ben je toch een sukkel,' zegt Tutti. ‘Nou moeten we alweer geld lenen.'

Tutti staat in de deuropening van de huiskamer, waar ik achter mijn computer zit. Ze ziet er kwaadaardig uit. Ze draagt een zwarte jurk met fluwelen corsages, bloemen die als een lijkenkransje rondom haar decolleté pronken. Haar taille heeft ze aangesnoerd met een zwarte centuur met zilveren noppen en aan haar voeten draagt ze schoenen met hoge hakken. Sinds ze haar haar heeft zwartgeverfd ziet ze heel bleek. Op haar lippen zit donkerpaarse lippenstift. Sinds ze denkt dat ze een heks is en aan wicca doet, is ze veranderd.

‘Snoetje, het is maar een spelletje op het internet,' antwoord ik. ‘Pokeren is verder volstrekt onschuldig. Dat ik een beetje geld verloren heb is heel normaal. Dat win ik vandaag of morgen wel weer terug. Ik ben heus niet meteen verslaafd of zo... Wat heb je een sexy kleren aan. Mooie schoenen ook. Fijn kleurtje op je lippen. Van het merk Lolita, toch? Wat kostte dat allemaal, schatje?' Ik glimlach breed naar haar. Dan besef ik dat ik mijn kunstgebit niet in heb dus ik stop snel weer met grijnzen. Ik knik vriendelijk. ‘Mijn glimlach staat nog op het nachtkastje,' grap ik.

‘Je ziet er niet uit,' zegt Tutti. ‘Helemaal verwilderd. Je zit dag en nacht achter je computer te pokeren en al ons geld raakt op. We moeten geld lenen omdat je er niet mee ophoudt. Je geeft te veel uit. Hoe moeten we onze schulden nou afbetalen?'

‘Popje, neem dan een baantje,' antwoord ik nukkig. 'Jij bent nog jong. Ik ben al bijna 60.'

‘Ze nemen me nergens aan, ik ben dat solliciteren zat. Ze nemen nergens heksen aan.' Ze kijkt me beteuterd aan. Haar paarse lippen krullen een beetje naar buiten.

Ik zucht. ‘Geen zorgen aankleedpopje van me, morgen ga ik weer naar mijn baas. Dan zal ik weer hard gaan werken voor al het geld wat jij uitgeeft aan je nieuwe kleren en je nieuwe hobby 'hekserij', en zo. Dan loop ik ook wel meteen even langs de bank en leen meteen wat geld, oké? Laat me dan nu even met rust, ik wil even een potje spelen. Misschien win ik wat geld terug van alles wat je te veel hebt uitgegeven.'

Het is even stil.

‘Het spijt me dat ik te veel geld uitgeef,' zegt Tutti dan. 'Een aankleedpopje... je hebt gelijk. Wat ben ik toch een egoïst, Ik koop te veel kleren, ik heb geen zelfbeheersing... Door mij kom je in de schulden, daarom speel je natuurlijk poker. Ik drijf je ertoe.' Er rolt een zwarte traan over haar wang. 'Ik voel me afschuwelijk, ' snikt ze. 'Zoveel geld als ik soms uitgeef en dan verwijt ik jou je pleziertjes...'

‘Ach ja,' antwoord ik. ‘Maak je niet druk lieverd. Ik vergeef het je meteen omdat ik zo veel van je hou.'

Ik glimlach breed naar mijn lieve dure vrouwtje. Mijn tandeloze kaken krijgt ze op de koop toe.


Andreas Blender

Andreas Blender is 42 jaar en grafdelver van beroep. Zijn werk is zijn leven. Hij woont samen met zijn vrouw tegenover een kerkhof. Schrijven doet hij om iets na te laten. Hij is niet bang van de dood, de dood is het enige rechtvaardige begin van het voorbije, aldus Andreas Blender.

 

KASTEEL AVONDROOD
E-zine voor kunst en literatuur